Basisprincipes van de Energetische Geneeskunst


De Oosterse theorieen respecterend is de mens een energetische eenheid welke zich uitdrukt in een vorm. Een manifestatie van energie dus. Deze energiemanifestatie is een geheel samengesteld uit “body and mind”, een lichaam met verschillende functies zoals bewegen en voortplanten en een geest die kan denken en alles kan interpreteren en ordenen wat zich in de wereld voordoet en waarmee dit menselijk wezen geconfronteerd wordt.


Het uitgangspunt in de Energetische Geneeskunst is dat dit ‘body and mind’ – complex het eindproduct is van een ingewikkeld regel- en aanstuursysteem dat er voor zorgt dat het organisme kan blijven voortbestaan in een werkelijkheid welke permanent verandert (“panta rhei”), en dit voor een bepaalde tijd. De mens leeft immers gemiddeld 75 jaar.


Volgens de theorie van de Westerse Geneeskunde is de mens in een voortdurende staat van afbraak en opbouw. Al de menselijke cellen, weefsels en organen worden voortdurend ‘ververst’. Het effect van deze wetmatigheid is voor iedereen duidelijk en herkenbaar. Wanneer men immers naar foto’s van zichzelf kijkt vanuit vervlogen tijden, dan merkt men onverbiddelijk dat er iets veranderd is: men is verouderd ! Dit betekent dat de ‘verversing’ met de tijd wat trager en moeizamer verloopt. Rimpeltjes verschijnen, de huid is niet meer zo elastisch en soepel, de ledematen en romp nemen een soms ietwat andere vorm aan onder degeneratieve invloed, het bewegen verloopt stroever, bepaalde zintuiglijke functies zoals het horen en zien kennen een zekere achteruitgang en zo verder.


In de Oosterse traditie wordt deze theorie anders verwoord maar eigenlijk komt het op hetzelfde neer: De schepping is een permanent proces waarbij elk menselijk wezen (en alle andere wezens, schepsels  en andere onderdelen van de natuur) telkens opnieuw wordt geschapen.


Volgens zowel de Westerse als de Oosterse theorie is er dus sprake van een continue herschepping waarbij het wezen zichzelf gewoon kopieert. Een combinatie van een scheppingsfunctie en een onderhoudsfunctie waarbij zoveel als mogelijk alles wordt ‘gerepareerd’. Dit vereist echter een optimale conditie van het regel- en aanstuursysteem dat het body-mind complex tegelijk laat ontstaan en laat voortbestaan. Deze regelsystemen die ons scheppen en ons in leven houden kennen wetmatigheden en regels welke al eeuwen door de Oosterse Geneeskunst is bestudeerd.


In de Westerse Geneeskunde zal men bij lichamelijke, geestelijke of functionele klachten meestal via allopathische geneesmiddelen een fysische of chemische interactie aangaan en op deze manier de klinische ziekteverschijnselen doen afnemen of ophouden.
In de Energetische Geneeskunst daarentegen zal men via vaak heel subtiele prikkels (o.a. acupunctuur, kruiden, vitaminepreparaten) de regelsystemen gaan bijsturen waardoor het ‘autoreparatie-mechanisme’ wordt hersteld. De genezing of het verminderen van de klachten is dan het gevolg van een proces dat van binnenin het organisme vertrekt en als einddoel en -bestemming heeft : het herstellen van het biochemisch en fysiek evenwicht op basis van optimaal werkende aanstuursystemen, waardoor de kans op recidief of terug verslechten van de gezondheidstoestand tot een minimum wordt herleid.